Skieën en muziek maken hebben meer overeenkomsten dan je zou denken! Heb je het wel eens gezien op t.v.: Skiërs die vlak voor hun afdaling in een grote wedstrijd met hun ogen dicht heen en weer zwaaien terwijl ze gewoon stil staan? In gedachte maken ze de afdaling en gaan nog eens heel goed na waar ze moeten afremmen en waar ze voluit moeten gaan. Deze mentale “warming-up” helpt om ervoor te zorgen dat ze tijdens de wedstrijd optimaal presteren. Dat ze zo hard mogelijk gaan, maar op moeilijke plekken ook weer niet zo hard dat ze bocht uit vliegen!

Mentale warming-up

Steeds weer valt me op dat er zoveel overeenkomsten zijn tussen sporten en muziek maken. Ook met muziek maken is het belangrijk dat je het tempo goed kiest zodat je in moeilijke passages niet de bocht uit vliegt!

Wanneer je een stuk wilt gaan spelen en je begint direct, zonder je vooraf voor te stellen hoe het moet gaan klinken, is de kans groot dat je ergens de bocht uit vliegt, of dat je in plaats van een  driekwartsmaat een vierkwartsmaat zit te spelen of dat je naar een paar maten er pas achter komt hoe die melodie moest gaan klinken….. Om dit te voorkomen is zo’n  “mentale warming-up” ook bij muziek maken een goed middel. Maar hoe doe je dat?

 

Tempo bepalen

Wees niet bang, je hoeft niet zo heen en weer te zwaaien als die skiërs doen!
Ga zitten achter je/met instrument (of staan, afhankelijk van het instrument dat je bespeelt) en concentreer je.
Ontspan je en haal een paar keer diep adem.
Bedenk nu hoe het stuk dat je gaat spelen moet gaan klinken. Probeer de maatsoort te voelen en hoor de klanken in je hoofd.
Denk nu aan het moeilijkste gedeelte van het stuk. In welk tempo kun je dat het mooiste spelen?
Hou dat tempo vast in gedachte terwijl je je nog eens concentreert op het begin.
Pas wanneer je voelt dat je weet wat je moet doen en hoe het moet gaan klinken, ga je beginnen met spelen.

 

Neem je tijd

Het lijkt misschien dat je dan 5 minuten lang niets zit te doen. Voel je daar niet ongemakkelijk bij. Het is in werkelijkheid veel korter dan je denkt, en ook hierbij geldt dat het steeds vlotter gaat naarmate je het vaker doet. Bovendien is het een goede gewoonte om de tijd te nemen die je nodig hebt, wat je ook doet. Gewoon doen dus!

 

Optreden

Met een optreden zal je vaak meerdere stukken achter elkaar spelen. Neem ook tussen de stukken door de tijd om je voor te bereiden op het volgende stuk. Het staat misschien in een andere maatsoort of toonsoort. Wanneer je niet even de tijd neemt om je dat te realiseren heb je al snel een verkeerde noot gespeeld (“Oeps het is nu geen F# meer, maar een F!) Laat je dus niet verrassen. Zoals ook tennissers een paar keer met de bal op de grond stuiten voor ze gaan serveren, om zich te concentreren op het volgende punt, zo moet ook jij de tijd nemen voor het volgende stuk!

Veel studeerplezier!

Kruizen en mollen zijn tekens die de noten verhogen of verlagen. Hoe werkt dat dan precies? Hier de uitleg zodat je het (weer) helemaal op een rijtje hebt!

 

Kruis: #

Een kruis (# ) is een teken in de muziek die een toon verhoogt. Als ezelsbruggetje zeg ik altijd: ”Denk aan een kruis die je vaak op een kerktoren ziet, die staat hoog. Het is een verhoging.” Wanneer er een kruis vlak voor een noot staat wordt de noot dus verhoogd. Op een piano of keyboard betekent dit vaak dat je de zwarte toets moet hebben die rechts van de witte toets zit waar de kruis voor staat. Afgelopen week vertelde een leerling van mij haar eigen ezelsbruggetje: In het woord “kRuis” zit de R van “Rechts” en moet je de zwarte toets rechts van de noot hebben.

Dus: Wanneer je een C met een # ziet staan, speel dan de zwarte toets die rechts van de C zit. Wanneer er een f met een # staat, speel je de zwarte toets die rechts van de F zit.

 

Maar wat als er geen zwarte toets rechts van die noot zit?

Als er een E met een # staat, kun je niet de zwarte toets er rechts van spelen, want die zit er niet. De toets die het dichtste bij zit aan de rechterkant van de E is de F toets. Dan moet je die spelen. Dit heb je dus ook met de B. Aan de rechterkant van de B zit geen zwarte toets, dus moet je bij B# de C toets spelen.

Hoe de naam verandert met een kruis

Wanneer je een kruis naast (altijd aan de linkerkant van de noot) ziet staan verandert niet alleen de toets die je moet spelen, maar ook de naam van de toets. Achter de naam van de noot komen de letters “is” te staan. C# spreek je dus uit als Cis, D# als Dis, E# als Eïs (E-Is, niet eis!), F# als Fis, G# als Gis, A# als Aïs en B # als Bis.

 

Je kunt hier al uit afleiden dat een toets dus meerdere namen kan hebben. Bij een  E#, speel je de F toets, maar noem je het Eïs!

 

Mol: b

Wanneer je een kleine, beetje schuine b links van een noot ziet staan, is het niet de letter b maar noem je het een mol. Een mol is een voorteken die de noot verlaagd. Het ezelsbruggetje hiervoor: Een mol is een dier wat onder de grond kruipt, het gaat omlaag. De mol is een verlaging. Maar ook hier vertelde mijn leerling haar eigen ezelsbruggetje voor: “In het woord “moL” zit de L van “Links” en moet je de linkerkant op.”

Net als bij de kruis verandert de mol de witte toets vaak in een zwarte. Maar deze keer is het dus de zwarte toets die aan de linkerkant van de witte toets zit. En ook heb je bij de mollen te maken met witte toetsen waar aan de linkerkant geen zwarte toets zit. Bij een Bb moet je de zwarte toets links van de B hebben. Maar bij een C en een F heb je geen zwarte toets aan de linkerkant zitten. Dan neem je weer de witte toets die ernaast zit. Dus Cb is de B toets en Fb is de E toets.

Hoe de naam verandert met een mol

Achter de nootnaam komt “es” te staan als er een mol voor de noot staat. Behalve als die nootnaam een klinker is, dus E of A. In die gevallen komt er alleen de letter “s” achter. Dus Cb wordt Ces, Db wordt Des, Eb wordt Es, Ab wordt As.

Een zwarte toets kan dus ook 2 namen hebben: De zwarte toets rechts naast de G kan een Gis zijn, maar ook een As. Welke van de 2 het is, hangt af van de toonsoort en de situatie waarin die noot voorkomt.

Vaste voortekens

Een kruis noem je een vast voorteken als het helemaal vooraan de notenbalk genoteerd staat, naast de sleutel. Wanneer de toonsoort G majeur is b.v. (zie ook het artikel over toonsoort bepalen), dan staat er 1 kruis op de notenbalk, op de lijn van de F. Dit betekent dat iedere F in het muziekstuk verandert in een Fis. Hoge of lage F, het maakt niet uit, iedere F die je tegenkomt, verandert in een Fis. Dit geldt ook voor mollen. Wanneer je vooraan de notenbalk  een mol ziet staan (die staat dan op de lijn van de B noot), dan geldt deze voor iedere B die je tegenkomt.

Een mol vooraan de notenbalk; elke B verandert in een Bes

Een mol vooraan de notenbalk; elke B verandert in een Bes

1 kruis als vast voorteken; elke F wordt een Fis

Toevallige voortekens

Een toevallig voorteken staat links van de noot zelf die verandert. Deze toonhoogte blijft zo tot aan de maatstreep, daarna vervalt het voorteken. Wanneer er een F met een kruis ervoor in een maat staat, worden ook elke andere F die daarna in die zelfde maat staan dus een Fis. Na de maatstreep is het weer gewoon een F. Dit werkt op dezelfde manier bij een mol.

Herstellingsteken

Het komt ook wel eens voor dat er een ander voorteken in een maat staat, zoals in de 2e maat bij de derde noot in de afbeelding hierboven.  Dit “hekje” of “hashtag” heet een herstellingsteken en zorgt ervoor dat de geldende kruis of mol komt te vervallen. Ook dit voorteken vervalt weer na de maatstreep als het als een toevallig voorteken wordt gebruikt ( dus als het naast de noot staat). Wanneer het vooraan de notenbalk bij de sleutel genoteerd staat, betekent het dat vanaf dat moment er een andere toonsoort gebruikt wordt.

in de 2e maat: eerst 2x een kruis, daarna 2x een herstellingsteken

Ik vind het leuk als mensen reageren op mijn blog, dus heb je vragen of opmerkingen? Laat een reactie achter! Ik reageer er altijd persoonlijk op.

 

Veel studeerplezier!